Richtlijn HIV
Deze pagina is het laatst bewerkt op 28 apr 2021 om 12:32. | Deze pagina is 21.900 maal bekeken.

Hoofdstuk 8. Hiv-2 bij volwassenen: Behandeling en monitoring

Uit Richtlijnen HIV

Ga naar: navigatie, zoeken

Door de werkgroep wordt gekozen om bij behandeling van mensen met hiv-2 infectie af te wijken van de DHHS-richtlijn (update: december 2019).
Adviezen met betrekking tot de behandeling en monitoring van patiënten met hiv-2 infectie zijn gebaseerd op het artikel van Berzow et al., Clin Infectious Dis, 2021, waar experts uit meerdere Europese landen aan hebben meewerkt.

Monitoring van therapie-naïeve mensen met hiv-2 infectie

  • aantal CD4+ Ly 2-4 keer per jaar, afhankelijk van de klinische conditie, de vorige resultaten en de snelheid van de daling
  • plasma hiv-2-RNA (viral load) kwantitatief 2-4 keer per jaar (N. B. de commerciële hiv-1 RNA testen zijn niet geschikt om hiv-2 te meten, gaarne materialen opsturen naar het Erasmus MC voor de specifieke hiv-2 viral load assay)
  • Hiv-2 genotypering wordt aanbevolen
  • overweeg PBMC opslag voor DNA-isolatie


Wanneer beginnen met anti-retrovirale behandeling bij therapie-naïeve mensen met hiv-2 infectie?

  • altijd bij symptomatische ziekte
  • CD4+ Ly <500/mm3
  • daling van het aantal CD4+ Ly > 30 cellen per jaar over een periode van 3 jaar
  • bij herhaling meetbaar hiv-2-RNA
  • co-morbiditeit, b.v. chronische hepatitis B


Keuze van anti-retrovirale therapie bij therapie-naïeve volwassene met hiv-2 infectie

Initieel regime bestaat uit twee NRTI’s en het derde middel:

  • een integraseremmer (voorkeur) of
  • een gebooste proteaseremmer die effectief is tegen hiv-2 (darunavir, lopinavir, saquinavir)


De volgende anti-retrovirale middelen moeten bij behandeling van hiv-2 worden vermeden:

  • alle non-nucleos(t)ide reverse transcriptaseremmers
  • enfuvirtide
  • atazanavir (dit geldt ook voor de niet meer verkrijgbare middelen fosamprenavir, indinavir, nelfinavir, tipranavir)


Hiv-2-RNA monitoring bij behandelde patiënten:

  • in het eerste jaar elke drie maanden,
  • vanaf jaar 2 opgeleide van respons, het aantal CD4+Ly en de therapietrouw, minimaal 2 keer per jaar.


Let op: bij hiv-2 infectie kan daling van het aantal CD4 cellen een uiting zijn van therapiefalen ook al is hiv-2-RNA in plasma ondetecteerbaar.

Anti-retrovirale therapie bij voorbehandelde mensen met hiv-2
Door de complexiteit van de behandeling van hiv-2 wordt geadviseerd om over tweedelijns regimes altijd te overleggen met arts-viroloog.