Richtlijn HIV
Deze pagina is het laatst bewerkt op 18 jun 2020 om 08:44. | Deze pagina is 15.146 maal bekeken.

6.1. Therapietrouw beïnvloedende factoren

Uit Richtlijnen HIV

(Verschil tussen bewerkingen)
Ga naar: navigatie, zoeken
 
Regel 1: Regel 1:
-
In de analyse van Ammassari et al, bestaande uit 20 trials wordt aangehaald wat de belangrijkste factoren zijn die therapietrouw negatief beïnvloeden: Bijwerkingen van de medicatie, symptomen van ziekte, negatieve levenservaringen, stress, gebrek aan familie of sociale ondersteuning en de complexiteit van het antiretrovirale regime. In mindere mate blijken van belang: leeftijd, ras, inkomen, slechte behuizing, intraveneus druggebruik, alcoholabuses, depressie/psychiatrische problemen, kwaliteit van leven en insufficiënte medische begeleiding [[http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12562034 Ammassari, 2002]].<br>
+
Uit de vele onderzoeken naar therapietrouw komen verschillende factoren naar voren die therapietrouw kunnen beïnvloeden. Uit de [https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25145556/ meta-analyse van Langebeek et.al (2014)] waarin 207 studies zijn aangehaald worden verschillende factoren gevonden die in meer of mindere mate van invloed kunnen zijn op de therapietrouw. <br>Factoren die het meest gerelateerd waren aan een minder regelmatig gebruik van de medicatie zijn:
 +
 
 +
*de onterechte overtuiging van de patiënt zelf dat hij/zij therapietrouw kan zijn (adherence self-efficacy)
 +
*middelengebruik (drugs, alcohol),  
 +
*ongerustheid over bijwerkingen,  
 +
*tevredenheid met en vertrouwen in de hulpverlener,
 +
*depressieve symptomen,
 +
*hiv-stigma,
 +
*sociale steun.
 +
 
 +
In mindere mate, maar wel van invloed: een proteaseremmer bevattend regime, de dagelijkse dosering frequentie, financiële beperkingen en de dagelijkse hoeveelheid in te nemen pillen. <br><br>

Huidige versie per 18 jun 2020 08:44

Uit de vele onderzoeken naar therapietrouw komen verschillende factoren naar voren die therapietrouw kunnen beïnvloeden. Uit de meta-analyse van Langebeek et.al (2014) waarin 207 studies zijn aangehaald worden verschillende factoren gevonden die in meer of mindere mate van invloed kunnen zijn op de therapietrouw.
Factoren die het meest gerelateerd waren aan een minder regelmatig gebruik van de medicatie zijn:

  • de onterechte overtuiging van de patiënt zelf dat hij/zij therapietrouw kan zijn (adherence self-efficacy)
  • middelengebruik (drugs, alcohol),
  • ongerustheid over bijwerkingen,
  • tevredenheid met en vertrouwen in de hulpverlener,
  • depressieve symptomen,
  • hiv-stigma,
  • sociale steun.

In mindere mate, maar wel van invloed: een proteaseremmer bevattend regime, de dagelijkse dosering frequentie, financiële beperkingen en de dagelijkse hoeveelheid in te nemen pillen.