Richtlijn HIV
Deze pagina is het laatst bewerkt op 23 feb 2021 om 09:48. | Deze pagina is 23.086 maal bekeken.

Controle van mensen met anti-retrovirale therapie (polikliniek)

Uit Richtlijnen HIV

Ga naar: navigatie, zoeken
  • Bloedbeeld:
  • Hb;
  • Leukocyten;
  • Trombocyten;
  • Leverenzymen:
    • ALAT;
    • Alkalische fosfatase;
  • Nierfunctie: creatinine;
  • Hiv-RNA: eenmaal in de eerste 3 maanden; indien Hiv-1 RNA onmeetbaar laag: tweemaal per jaar;
  • CD4-cellen indien CD4 <350 cells/mm3 minimaal twee keer per jaar; indien CD4 > 350 cells/mm3 minder frequent;
  • Minimaal een keer per jaar:
    • Glucose;
    • Cholesterol;
    • Triglyceriden;
    • Urinedipstick + kwantitatief eiwit en creatinine in urineportie;
    • Bloeddruk meten;
    • Indien tenofovir difumaraat: fosfaat;
  • Op indicatie:
    • HDL-cholesterol;
    • LDL-cholesterol;
    • Cardiovasculair risico profiel opmaken;
    • In een laag-risicogroep met betrekking tot cardiovasculaire aandoeningen kan met minder frequente controle van lipiden worden volstaan;
  • Een keer per jaar:
    • TPHA/VDRL;
    • HCV-IgG bij MSM met risicogedrag;
  • PAP smear: één keer per jaar; bij drie opeenvolgende negatieve uitslagen kan met screening eens per drie jaar worden volstaan.


Controlefrequentie van mensen met anti-retrovirale therapie

Mensen met een hiv-infectie dienen minimaal twee contactmomenten per jaar met het hiv-behandelteam te hebben, waarvan minimaal één met een internist-infectioloog (in opleiding).