Richtlijn HIV
Deze pagina is het laatst bewerkt op 28 apr 2021 om 12:30. | Deze pagina is 34.682 maal bekeken.

4.2. Spiegelbepaling

Uit Richtlijnen HIV

Ga naar: navigatie, zoeken

De meest recente versie van de EACS richtlijn (versie 10.1; oktober 2020) benoemt expliciet de rol van spiegelbepaling (therapeutic drug monitoring, TDM) bij patiënten met virologisch falen. De richtlijn stelt verder dat in een aantal bijzondere situaties zoals leverdysfunctie, nierfunctiestoornis en na bariatrische chirurgie TDM geïndiceerd is. Als aanvulling op het bovenstaande beveelt de richtlijnwerkgroep de volgende klinische scenario’s aan waar TDM overwogen kan worden:

  • Geneesmiddel-geneesmiddel of geneesmiddel-voedsel interacties;
  • Zwangerschap;
  • Ongebruikelijke doseringschema’s zoals 1dd doseren terwijl het middel daar niet voor geregistreerd is, onbekende ART combinaties, etc.;
  • Bijwerkingen;
  • Vermoeden van therapie-ontrouw.

Deze indicaties gelden m.n. voor de NNRTI's, INSTI's  en de PI's omdat voor deze groepen spiegel-effect relaties bekend zijn. In bijzondere gevallen kan ook TDM van andere hiv-middelen geïndiceerd zijn.

De DHHS-richtlijnen voor de behandeling van kinderen met een hiv-infectie(update april 2020) bevatten dezelfde indicaties voor TDM, waarbij nog wordt toegevoegd dat TDM behulpzaam kan zijn bij het vinden van de juiste dosering i.v.m. groei, gebruik van niet-geregistreerde doseringen, etc.

Bij het gebruik van TDM in het kader van een vermoeden van therapie-ontrouw geldt het volgende: een goede spiegel bewijst geen therapietrouw; een afwezige (of heel lage) spiegel bevestigt therapie-ontrouw, mits andere verklaringen uitgesloten zijn.

Streefwaarden en interpretaties van TDM uitslagen zijn terug te vinden op www.tdm-protocollen.nl (TDM-protocollen).

Bij vragen over de juiste indicatiestelling voor TDM, interpretatie van resultaten, etc, kan men contact opnemen met de eigen apotheker of 1 van de HIV vraagbaken van de apotheek van het Radboudumc via IDPharmacology@radboudumc.nl.