Richtlijn HIV
Deze pagina is het laatst bewerkt op 31 mrt 2020 om 09:17. | Deze pagina is 22.717 maal bekeken.

4.3. Resistentiebepalingen

Uit Richtlijnen HIV

Versie op 31 mrt 2020 09:17 van Mtuut (Overleg | bijdragen)
Ga naar: navigatie, zoeken

Het hoofdstuk over de resistentietesting uit de DHHS richtlijn (update oktober 2018) wordt overgenomen met de volgende opmerkingen:

  • Bij therapie-ervaren patiënten: de resistentiebepaling moet worden overwogen bij patiënten met HIV RNA tussen 200 en 1000 kopieën/mL, in tegenstelling tot de DHHS richtlijn die deze bepaling bij HIV RNA tussen 500 en 1000 kopieën/mL adviseert. Met de huidige technieken is de kans heel groot dat de genotypering ook bij HIV RNA tussen 200 en 500 kopieën/mL succesvol zal zijn.
  • Co-receptorbepaling:
    • de genotypische tropismebepaling heeft voorkeur om het HIV-1 coreceptorgebruik te bepalen.
    • de fenotypische tropismebepaling kan als een alternatief worden overwogen.
    • bij patiënten met ondetecteerbare HIV RNA kan een genotypische tropismebepaling worden gebruikt indien het gebruik van de CCR5 antagonist wordt overwogen.