Richtlijn HIV
Deze pagina is het laatst bewerkt op 23 feb 2021 om 10:09. | Deze pagina is 33.529 maal bekeken.

4.2. Spiegelbepaling

Uit Richtlijnen HIV

(Verschil tussen bewerkingen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 1: Regel 1:
-
De [https://clinicalinfo.hiv.gov/guidelines/adult-and-adolescent-arv/overview Amerikaanse richtlijnen van de DHHS voor volwassenen en adolescenten met hiv](update december 2019) bevatten een hoofdstuk over spiegel-effect relaties en indicaties voor spiegelbepaling (therapeutic drug monitoring, TDM). De richtlijn stelt dat TDM niet geïndiceerd is als routine monitoring bij alle patiënten. Zij onderschrijven echter dat bepaalde klinische scenario’s beter afgehandeld kunnen worden als er kennis is van de spiegel. Dit geldt bijvoorbeeld voor:  
+
De meest recente versie van de [https://eacs.sanfordguide.com/drug-drug-interactions-other-prescribing-issues EACS richtlijn] (versie 10.1; oktober 2020) benoemt expliciet de rol van spiegelbepaling (therapeutic drug monitoring, TDM) bij patiënten met virologisch falen. De richtlijn stelt verder dat in een aantal bijzondere situaties zoals leverdysfunctie, nierfunctiestoornis en na bariatrische chirurgie TDM geïndiceerd is. Als aanvulling op het bovenstaande beveelt de richtlijnwerkgroep de volgende klinische scenario’s aan waar TDM overwogen kan worden:
-
*Geneesmiddel-geneesmiddel of geneesmiddel-voedsel interacties;
+
*Geneesmiddel-geneesmiddel of geneesmiddel-voedsel interacties;
-
*Veranderende pathofysiologie, bijv. nier- of leverfunctiestoornis, diarree, wasting, etc.;  
+
*[[Hoofdstuk 7. Preventie van moeder-kind overdracht: zwangerschap, bevalling en neonatale periode|Zwangerschap]];*Ongebruikelijke doseringschema’s zoals 1dd doseren terwijl het middel daar niet voor geregistreerd is, onbekende ART combinaties, etc.;  
-
*[[Hoofdstuk 7. Preventie van moeder-kind overdracht: zwangerschap, bevalling en neonatale periode|Zwangerschap]];  
+
*Bijwerkingen;
-
*Voorbehandelde patiënten met verminderd gevoelig virus waar hogere spiegels noodzakelijk kunnen zijn;
+
*Vermoeden van therapie-ontrouw.
-
*Ongebruikelijke doseringschema’s zoals 1dd doseren terwijl het middel daar niet voor geregistreerd is, onbekende ART combinaties, etc.;  
+
-
*Bijwerkingen;  
+
-
*(Verdenking van) virologisch falen.
+
-
Deze indicaties gelden m.n. voor de NNRTI's en de PI's omdat voor deze groepen spiegel-effect relaties bekend zijn. In bijzondere gevallen kan ook TDM van andere hiv-middelen geïndiceerd zijn.  
+
Deze indicaties gelden m.n. voor de NNRTI's, INSTI's  en de PI's omdat voor deze groepen spiegel-effect relaties bekend zijn. In bijzondere gevallen kan ook TDM van andere hiv-middelen geïndiceerd zijn.  
-
De [https://clinicalinfo.hiv.gov/en/guidelines/pediatric-arv/clinical-and-laboratory-monitoring-pediatric-hiv-infection?view=full Amerikaanse richtlijnen voor de behandeling van kinderen met een hiv-infectie](update april 2020) bevatten dezelfde indicaties voor TDM, waarbij nog wordt toegevoegd dat TDM behulpzaam kan zijn bij het vinden van de juiste dosering i.v.m. groei, therapie-ontrouw, etc.  
+
De [https://clinicalinfo.hiv.gov/en/guidelines/pediatric-arv/clinical-and-laboratory-monitoring-pediatric-hiv-infection?view=full Amerikaanse richtlijnen voor de behandeling van kinderen met een hiv-infectie](update april 2020) bevatten dezelfde indicaties voor TDM, waarbij nog wordt toegevoegd dat TDM behulpzaam kan zijn bij het vinden van de juiste dosering i.v.m. groei, gebruik van niet-geregistreerde doseringen, etc.  
-
In de Nederlandse setting kunnen deze richtlijnen vrijwel geheel overgenomen worden. Een aanvullende indicatie zou kunnen zijn het bevestigen van therapie-ontrouw. Een goede spiegel bewijst geen therapie-trouw; een afwezige (of heel lage) spiegel bevestigt therapie-ontrouw, mits andere verklaringen uitgesloten zijn.  
+
Bij het gebruik van TDM in het kader van een vermoeden van therapie-ontrouw geldt het volgende: een goede spiegel bewijst geen therapietrouw; een afwezige (of heel lage) spiegel bevestigt therapie-ontrouw, mits andere verklaringen uitgesloten zijn. <br>
-
Praktisch gezien komt bovenstaande aanbeveling er op neer dat een spiegelaanvraag alleen gedaan dient te worden als er een duidelijke vraagstelling is.  
+
Streefwaarden en interpretaties van TDM uitslagen zijn terug te vinden op [http://www.tdm-protocollen.nl www.tdm-protocollen.nl]&nbsp;(TDM-protocollen).<br>
-
Omdat (de invloed van) een aantal factoren niet op voorhand bekend is (bijv. virale load daling, bijwerkingen) of moeilijk te objectiveren is (therapie-ontrouw, interacties, voedselinname), kan het verdedigd worden om ook bij aanvang van een (nieuwe) therapie een spiegel te doen (bijv. week 4) en deze bijv. 1 x per jaar te herhalen. In Nederland is de beschikbaarheid van TDM veel beter dan in de VS waardoor een iets meer laagdrempelig beleid te verkiezen is.
+
Bij vragen over de juiste indicatiestelling voor TDM, interpretatie van resultaten, etc, kan men contact opnemen met de eigen apotheker of 1 van de HIV vraagbaken van de apotheek van het Radboudumc via [mailto:IDPharmacology@radboudumc.nl IDPharmacology@radboudumc.nl].
-
 
+
-
Streefwaarden en interpretaties van TDM uitslagen zijn terug te vinden op [http://www.tdm-protocollen.nl www.tdm-protocollen.nl]&nbsp;(TDM-protocollen).<br>
+

Versie op 23 feb 2021 10:08

De meest recente versie van de EACS richtlijn (versie 10.1; oktober 2020) benoemt expliciet de rol van spiegelbepaling (therapeutic drug monitoring, TDM) bij patiënten met virologisch falen. De richtlijn stelt verder dat in een aantal bijzondere situaties zoals leverdysfunctie, nierfunctiestoornis en na bariatrische chirurgie TDM geïndiceerd is. Als aanvulling op het bovenstaande beveelt de richtlijnwerkgroep de volgende klinische scenario’s aan waar TDM overwogen kan worden:

  • Geneesmiddel-geneesmiddel of geneesmiddel-voedsel interacties;
  • Zwangerschap;*Ongebruikelijke doseringschema’s zoals 1dd doseren terwijl het middel daar niet voor geregistreerd is, onbekende ART combinaties, etc.;
  • Bijwerkingen;
  • Vermoeden van therapie-ontrouw.

Deze indicaties gelden m.n. voor de NNRTI's, INSTI's  en de PI's omdat voor deze groepen spiegel-effect relaties bekend zijn. In bijzondere gevallen kan ook TDM van andere hiv-middelen geïndiceerd zijn.

De Amerikaanse richtlijnen voor de behandeling van kinderen met een hiv-infectie(update april 2020) bevatten dezelfde indicaties voor TDM, waarbij nog wordt toegevoegd dat TDM behulpzaam kan zijn bij het vinden van de juiste dosering i.v.m. groei, gebruik van niet-geregistreerde doseringen, etc.

Bij het gebruik van TDM in het kader van een vermoeden van therapie-ontrouw geldt het volgende: een goede spiegel bewijst geen therapietrouw; een afwezige (of heel lage) spiegel bevestigt therapie-ontrouw, mits andere verklaringen uitgesloten zijn.

Streefwaarden en interpretaties van TDM uitslagen zijn terug te vinden op www.tdm-protocollen.nl (TDM-protocollen).

Bij vragen over de juiste indicatiestelling voor TDM, interpretatie van resultaten, etc, kan men contact opnemen met de eigen apotheker of 1 van de HIV vraagbaken van de apotheek van het Radboudumc via IDPharmacology@radboudumc.nl.