Richtlijn HIV
Deze pagina is het laatst bewerkt op 20 feb 2019 om 18:24. | Deze pagina is 15.365 maal bekeken.

17.4. Vaccinaties tegen Hepatitis A en B

Uit Richtlijnen HIV

Ga naar: navigatie, zoeken

Hepatitis A
Bij mensen met hemofilie is de prevalentie van hepatitis-A-antistoffen hoger dan bij personen zonder hemofilie uit dezelfde leeftijdscategorie. Er is een uitbraak van hepatitis A beschreven die gerelateerd was aan bezoek aan sauna's en darkrooms. Tijdens een hepatitis-A-infectie wordt een sterke toename gezien van hiv-replicatie. Onderliggend leverlijden (hepatitis C) kan exacerberen tijdens een infectie met hepatitis A.

Hepatitis B
De wijze van transmissie van hepatitis B is identiek aan die van hiv. De kans op overdracht is echter veel hoger dan die van hiv. De kans op het ontstaan van chronisch dragerschap is drie- tot zesmaal hoger dan bij hiv-seronegatieve personen. Onderliggend leverlijden (hepatitis C) kan exacerberen tijdens een infectie met hepatitis B. De vorming van antistoffen na vaccinatie met het T-celafhankelijke vaccin is gestoord bij een verlaagd aantal CD4 lymfocyten; controle van antistoffen na vaccinatie is aangewezen.

Voor de wijze van vaccineren wordt verwezen naar het RIVM-rapport HBV Vaccinatie hiv-positieven.

  • NB 1. Bij non-responders zonder bekende afweerstoornissen is een goede respons op dubbele dosis vaccinatie Twinrix (maand 0-1-6) beschreven. In aanvulling op de adviezen in bovengenoemd rapport zou dit overwogen kunnen worden in het geval van non-respons na de in het rapport geadviseerde 6 vaccinaties met dubbele dosis Engerix of HBVaxPro (Cardell, 2008).
  • NB 2. Bij mensen met een CD4 aantal > 500/mm3 is er goede respons beschreven op een versneld vaccinatieschema (0,1,3 weken t.o.v. 0, 4, 24 weken). Als er zorgen zijn over adherence is dit verkorte schema bij deze groep te overwegen. Antistoftiter bepalingen blijven nodig na een volledige serie om de respons te evalueren (de Vries-Sluijs, 2011).