Richtlijn HIV
Deze pagina is het laatst bewerkt op 25 okt 2018 om 10:05. | Deze pagina is 3.101 maal bekeken.

Addendum:Normen voor een subcentrum van een hiv-behandelcentrum

Uit Richtlijnen HIV

Ga naar: navigatie, zoeken

Volwassenen
Gezien het streven naar een goede kwaliteit van zorg is de wens dat er alleen zorg voor mensen met een hiv-infectie of aids plaatsvindt in een hiv-behandelcentrum of een subcentrum horende bij een hiv-behandelcentrum.

Er kunnen 2 redenen zijn voor de oprichting van een subcentrum:

  1. Vanwege de regionale noodzaak
  2. Vanwege de wens in de toekomst een zelfstandig hiv-behandelcentrum te worden. Deze opstart-/beginfase naar een zelfstandig hiv-behandelcentrum kan 5-10 jaar duren. Na deze periode moet het subcentrum aan de eisen van een hiv-behandelcentrum voldoen.

Normen

  • In een subcentrum zijn tenminste twee hiv-behandelaren en minimaal één verpleegkundig consulent werkzaam.
  • In een subcentrum voor volwassenen moet gestreefd worden naar 100 mensen met een hiv-infectie in de eerste 5 jaar, dus er moeten per jaar gemiddeld (meer dan) 20 nieuwe mensen in behandeling worden genomen.
  • Er is goede toegankelijkheid tot vakliteratuur (goede medische bibliotheek, toegang tot elektronische media zoals elektronische richtlijnen, Pubmed)
  • De beroepsvereniging NVHB zal tijdens deze opstartfase, na 2-5 jaar, samen met het subcentrum en het gelieerde hiv-behandelcentrum een interim evaluatie uitvoeren om te bepalen of dit doel realistisch is en adviseren over het vervolgtraject.
  • In deze opstart-/beginfase is er een gestructureerde samenwerking met een hiv-behandelcentrum noodzakelijk om de continuïteit van zorg (zowel verpleegkundig als medisch) voor patiënten te waarborgen.
  • Er is een verpleegkundig hiv-consulent in dienst. De fte zal bij opstarten van een subcentrum waarschijnlijk niet volledig kunnen zijn.
  • De hiv-behandelaar/laren woont/wonen regelmatig (ten minste 1 keer per maand) gestructureerde patiëntenbesprekingen bij in het gelieerde hiv-behandelcentrum, waarmee een gestructureerde samenwerking is aangegaan.

Kinderen
Vanwege het geringe aantal kinderen met een hiv-infectie in Nederland is het oprichten van subcentra voor kinderen niet zinvol. Wel kan voor kinderen in bepaalde regio’s ver van een kindercentrum de zorg gedeeld worden met een daar werkzame kinderarts-infectieziekten. Het kind wordt dan tenminste één keer per jaar gezien in het hiv-kinderentrum zo lang nog geen behandeling noodzakelijk is, en tenminste tweemaal per jaar wanneer het behandeld wordt met antiretrovirale therapie.